‘De manuele therapie is echt mijn hobby!’

23 apr 2021
Francois Maissan neemt na negen jaar afscheid als bestuurslid van de NVMT. In november draagt hij het stokje over aan een opvolger. Hoe kijkt Francois terug op de afgelopen jaren? Waar is hij tevreden over? En wat wordt de eerste grote taak van zijn opvolger? Francois stelt één voorwaarde: ‘Mijn opvolger moet echt een manueel-therapie-hart hebben!’

Waarom wilde je in 2012 bestuurslid worden?

‘Tweeërlei: ik vond dat de inhoud van de manuele therapie duidelijker neergezet moest worden. Daarnaast had ik helemaal geen ervaring met besturen en zag het als kans om ook dat te gaan leren.’

Negen jaar lang heb je je sterk gemaakt voor de manuele therapie. Waar ben je blij mee?

‘We hebben een goede verstandhouding met de inspectie, daar ben ik zeer tevreden over, de lijnen zijn kort en we hebben de afgelopen jaren als medestanders samengewerkt. Ook heeft de NVMT samen met andere musculoskeletale BI’s een wetenschappelijk netwerk gefinancierd: het MSG Science Netwerk. Via dit netwerk maken we het mogelijk dat onderzoek in de praktijk van de manueel therapeut plaatsvindt. Wat ik ook mooi vind is dat we onderzoek bij kinderen hebben gefaciliteerd, een emotioneel onderwerp, mensen vinden daar iets van. Het feit dat wij als NVMT dat onderzoek hebben gefaciliteerd, getuigt wel van lef vind ik. We hadden het ook niet hoeven doen. Ik heb zo aardig wat werk zitten in de verwetenschappelijking van de manuele therapie. Ik vind het belangrijk dat we het allemaal wetenschappelijker aanpakken, ook vanuit de vereniging. We vinden tenslotte dat iedereen in 2025 master moet zijn.’

Hoe heeft de manuele therapie zich de afgelopen jaren ontwikkeld?

‘Ik vind dat er in de manuele therapie meer geïnnoveerd zou moeten worden dan nu gebeurd. Dat heeft onder andere te maken met financiering en met medewerking van zorgverzekeraars. Die zijn op een andere manier geïnteresseerd in het onderwerp, en dan zie je dat er niet wordt doorontwikkeld. Dat is jammer. Aan de andere kant wordt er wél veel onderzoek gedaan binnen de manuele therapie, ook door de vereniging. Zo financierden we laatst een onderzoek onder studenten manuele therapie naar hun kennis over pijnfysiologie. En dan zie je dat die kennis bij de studenten aanwezig is. Dit laat zien dat de nieuwe manueel therapeuten goed op de hoogte zijn en dus ook de complexere patiënt aan zouden moeten kunnen.’

Hoe staat de manuele therapie er over negen jaar voor, denk je?

‘Ja, dat is een interessante vraag. In ieder geval moeten de innovaties doorkomen. Als die niet komen, dan weet ik niet waar de manuele therapie dan staat. Het kan de komende jaren zomaar gebeuren dat de manuele therapie samengaat met de sport en dat het één grote kennisbundel worden van sport-manuele therapie. In het onderwijs zie je die ontwikkeling ook: er worden steeds meer modulaire vakken gegeven. In de toekomst kan het bijvoorbeeld zo zijn dat iemand die sportfysiotherapeut wil worden ook een module manuele therapie volgt, of vice versa, waardoor je uiteindelijk – en dat is wat de overheid wil – de juiste zorg op de juiste plek krijgt. Als jij als manueel therapeut in een verouderde wijk zit en je volgt een module geriatrie, dan sluit je met je zorg beter aan bij deze wijk. En andersom, in een heel jonge wijk sluit je goed aan door het volgen van een module kinderfysiotherapie. Vanuit de beroepscompetentieprofielen is die flexibiliteit er nu nog niet, maar ik hoop tussen nu en negen jaar dat die flexibiliteit er wel is, zodat je steeds meer specifiek opgeleide manueel therapeuten krijgt, passend bij de doelgroep in de wijk. Je positie wordt dan vanzelf sterker.

Ook vind ik dat de manueel therapeut bij uitstek met name diagnostisch een groot palet heeft. Ik denk dat in de diagnostiek, en in het onderliggend klinisch redeneren, de manueel therapeut het verschil kan maken en juist dáár, zeker op die diagnostiek, innovaties moeten gaan plaatsvinden. Er zal de komende jaren, wat mij betreft, veel meer diagnostisch wetenschappelijk onderzoek gefinancierd moeten worden. Want dáár zit het unique selling point van de manueel therapeut.’

Wat gaat jouw opvolger als eerste aanpakken?

‘Op dit moment zijn de beroepsprofielen gaande. Als het KNGF binnenkort het beroepsprofiel voor de fysiotherapeut oplevert, dan moeten alle BI’s daar met hun eigen beroepsprofiel op gaan aansluiten. Dat zal de eerste grote taak van mijn opvolger zijn. Naast natuurlijk de lopende zaken, zoals overleg met opleidingen en herziening en ontwikkeling van richtlijnen. En we hopen in 2022 weer een normaal congres te kunnen houden. De voorbereidingen start ik alvast op, mijn opvolger kan daarop doorpakken.

En weet je, bestuurslid zijn is gewoon heel leuk, je ontmoet andere mensen, je gaat meewerken in projecten en je geeft vanuit het bestuur sturing aan commissies. Wat ik het belangrijkste vind aan een nieuw bestuurslid is dat hij of zij een manueel-therapie-hart moet hebben. Dat is echt een voorwaarde. Zelf had ik nog best doorgewild als bestuurslid, want het team, het bestuur, is gewoon heel erg leuk en vakinhoudelijk blijft het altijd mijn interesse houden. Maar drie keer drie jaar is toch echt de max. En voor de NVMT is dat ook wel goed: vers bloed helpt, brengt nieuwe inzichten met zich mee én een nieuw netwerk.’

Straks heb je tijd ‘over’. Heb je al nieuwe plannen?

‘Geen idee! Ik heb het erg druk gehad, want naast mijn werk aan de Hogeschool Utrecht en het bestuurswerk, heb ik een promotietraject gedaan. Dat is bijna klaar en ook dat valt na de zomer weg. Dus ja, ik krijg nogal wat vrije tijd terug. Maar weet je: er komt vanzelf wel weer iets op mijn pad. Dat zal zeker weer iets binnen het vakgebied zijn. Want de manuele therapie is toch wel echt mijn hobby!’

Trefwoorden: